Gouden regel — pluk nooit meer dan ⅓ van een populatie. Altijd minimaal 50 m van drukke wegen. Nooit in beschermde gebieden zonder toestemming. Bij twijfel: niet doen.
Uitrusting
Mand of papieren zak (geen plastic — kruiden gaan zweten)
Klein zakmes of schaar
Loep 10× (voor haartjes, nerven en kleine kenmerken)
Determinatieboek (bijv. Beiser — Eetbare wilde planten)
PlantNet-app geïnstalleerd (als digitale backup)
Plukdagboek + potlood
Stevige schoenen of laarzen
Handschoenen (voor brandnetel e.d.)
Droogmethodes
Bundeldrogen: bosjes omgekeerd hangen op warme, donkere, luchtige plek (1–2 weken)
Zeef drogen: bloemen en blaadjes uitgespreid op gaaszeef
Oven laag (max 40°C): alleen als backup — breekt meer werkzame stoffen af
Opslaan: glazen pot, donker en droog, gelabeld met naam + datum. Houdbaar 1 jaar.
Basisbereidingen
Aftreksel (thee)
Bloemen of blaadjes 10 minuten getrokken in heet water (niet kokend, ~85°C). Geschikt voor delicate plantdelen.
Afkooksel (decoct)
Wortels of bast 20 minuten zacht koken. Voor taaiere plantdelen die meer warmte nodig hebben om stoffen vrij te geven.
Tincture
Verse of droge plant 4 weken in alcohol (40–60%), dan zeven door kaasdoek. Dosis: 20–30 druppels in water, 3× per dag.
Kruidenazijn
Plantdelen 2–4 weken in appelciderazijn. Goed voor mineraalrijke planten zoals brandnetel. Houdbaar 1 jaar in de koelkast.
Kruidenolie
Plantdelen 4 weken in koudgeperste olijf- of zonnebloemolie (koud of in de zon). Basis voor zalven en massageolie.
Zalf
Kruidenolie + bijenwas (10:1 ratio) au bain-marie smelten, in potjes gieten. Stijft op bij afkoelen. Houdbaar 6–12 maanden.